Menu

Future: Fast Forward - Interview met Jan-Peter Doomernik

In een wereld die continu verandert, en waarin we steeds meer organisaties steeds mooiere innovaties zien realiseren, is het soms nuttig om een vooruitblik naar de toekomst te doen. In een serie interviews sprak ik namens Motion10 met een aantal visionairs op het gebied van data en innovatie, met als rode draad één centrale vraag: hoe ziet het werken en leven in organisaties er over tien jaar uit?

Jan-Peter Doomernik doet zijn PhD aan de Vrije Universiteit. Samen met partners uit de academische wereld, overheid en industrie zoekt hij naar blinde vlekken en disruptieve manieren om waarde te ontginnen. Hij werkte voor de Citibank, Achmea, Essent en Fudura op de snijvlakken van Marketing, IT, Operations en Innovatie. JP is mede-organisator en host van de Dutch IOTA meet-up.

IOTA is een open-source Distributed Ledger die bedoeld is om de toekomst van het Internet of Things te ondersteunen met behulp van kosteloze transacties en data-integriteit.

In het kort

“De open-source distributed ledger voor het Internet of Things”

Gekke vragen stellen; innovatie zonder winstbejag

Ik ontmoette Jan-Peter (JP) vlak voor de start van de Dutch IOTA meet-up in Amsterdam, en sprak met hem over de bestaansreden van bedrijven, en over een alternatief: machine-to-machine ecosystemen die waarde voor de gehele maatschappij kunnen leveren. En over de factoren die innovatie zonder winstbejag mogelijk maken. Ten slotte bespraken we de manieren waarop organisaties van vandaag zich kunnen voorbereiden op een toekomst van anti-fragiele en doelbewuste ‘commons’.

Een gesprek vol gekke vragen. Maar, zo zegt JP terecht: “Door vragen te stellen die nog nooit iemand gesteld heeft, zie je een stukje van de wereld dat nog nooit iemand anders zag.”

De bestaansreden van bedrijven

Zoals gewoonlijk besprak ik aan het begin van het interview met Jan-Peter (JP) waar we het in grote lijnen over zouden hebben. De toekomst van werken in bedrijven; marketing, samenwerken, leiderschap. Zijn eerste opmerking maakte direct duidelijk dat dit nét een ander soort gesprek zou worden.

JP: “Interessant: je stelt de vragen van binnen naar buiten. Maar wij stellen de vraag andersom: ‘Waarom bedrijven?’

Wat je ziet met de zelfrijdende auto – die gebruiken we maar als beeld voor de dingen of assets die zelfsturend zijn, zelf acties kunnen ondernemen en zelf kunnen denken: er zijn dingen die waarde kunnen toevoegen zonder dat ze daar een mens bij nodig hebben. Of een bedrijf.”

Efficiëntie

Hoe inefficiënt wil je je basisbehoeften oplossen?

Winstbejag maakt systemen inefficiënt

We praten verder over onze huidige economie en andere manieren om het beantwoorden aan behoeften te organiseren. JP: “Als je bekijkt hoe onze economie in elkaar zit, dan heeft iedere schakel in een keten een verdienmodel en tot op zekere hoogte een lock-in. Dat betekent dat mensen meestal betalen terwijl ze daar geen zin in hebben, en dat de werking van de schakel meestal niet efficiënt is omdat iedere schakel optimaliseert voor zijn eigen winst.

Als je het omdraait en vanuit de assets of de machines denkt, hoeft die waardeketen niet meer zo in elkaar te zitten. Als je naar een traditioneel bedrijf gaat kijken, en hoe dat werkt, dan is er een oplossing voor een engineering-probleem nodig en een oplossing voor het verdienmodel. Die worden in een commercieel bedrijf beiden geoptimaliseerd voor maximale financiële winst. Daarom gaat je mobiele telefoon niet veel langer dan twee of drie jaar mee.

In een nieuwe context heb je nu de ruimte om alleen maar naar de engineering problemen te kijken en toch oplossingen te bouwen die functioneren.”

In het kort

“Wie is er klaar om het onvoorstelbare voor te stellen?”

Hoe inefficiënt wil je je basisbehoeften oplossen?

“Laten we van buiten naar binnen blijven kijken. Er zijn zo’n 8,7 miljoen diersoorten op de wereld. Al die diersoorten hebben een oplossing voor huisvesting, eten, transport; voor al onze basisbehoeften. Die oplossingen functioneren zonder geld, zonder bezit en zonder identiteit zoals wij het kennen. En een aantal van die oplossingen is niet gebaseerd op het oplossen van een schaarste-probleem.

Dat betekent dat op het moment dat wij ecosystemen gaan bouwen op basis van machines die interacteren met machines, we kunnen kiezen: ‘wil ik een economisch verhaal nabouwen zoals we dat al kennen, of wil ik een systeem bouwen dat bijvoorbeeld geïnspireerd is door de natuur?’

En dan kom je het gebied van biomimicry binnen [ het ontwerpen van producten, systemen en materialen met de natuur als model, red.]. Dan zie je dat de natuur andere typen oplossingen heeft dan die wij hebben. Wij mensen pakken een hele hoop materiaal, een hele hoop energie, en dan gaan we aan de slag. De natuur pakt dat heel anders aan.”

Waarom bedrijven? 3

Een alternatief: Machine-to-machine ecosystemen

Waar zou die inspiratie vanuit de natuur dan toe kunnen leiden? Machine-to-machine ecosystemen zouden volgens JP een goed alternatief kunnen zijn voor bedrijven, als manier om aan behoeften te voldoen. We spreken bij wijze van voorbeeld verder over JP’s gekke gedachte-experiment van autonome zelfsturende auto’s.

In het kort

“Vervoer zou 4,7 x goedkoper kunnen.”

Het gedachte-experiment van de autonome zelfrijdende auto

Het idee is dat een zelfsturende auto zelfstandig transport aan zou kunnen bieden, en daar geld aan zou kunnen verdienen. Terwijl de auto zelf helemaal geen behoefte aan geld heeft. Zo’n auto kan zelfstandig alle diensten inkopen die hij nodig heeft: energie, reiniging en onderhoud. De winst zou geïnvesteerd kunnen worden in de groei van het netwerk. Bijvoorbeeld om transport in een stad veel goedkoper te maken.

Een vloot van zulke auto’s heeft uitsluitend geld nodig om de operationele kosten te dekken, voor de ingekochte diensten en om het netwerk groot genoeg te laten groeien. Als het netwerk volgroeid is en de diensten meer en meer vervangen worden door andere autonome machines worden die kosten zelfs nog lager. Autonome assets hebben zelf namelijk geen behoefte aan winst.

Vervolgens zou een vloot van dergelijke auto’s – naast het transport – bijvoorbeeld de energielevering in een stad voor zijn rekening kunnen nemen, waardoor de distributie van energie ook weer goedkoper kan worden. Dit zou mogelijk zijn met behulp van de ‘artificial leaf’, waar Delft, Leiden en MIT aan werken. Dit is een technologie die de gratis en overal aanwezige ruwe energie van de zon met een beetje water of CO2 omzet in Waterstof of Methanol.

Zo zou een ecosysteem ontstaan van machines die interacteren met andere machines waarbij transport en energie in een gebied vele malen goedkoper of zelfs nagenoeg gratis worden.

Innovatie zonder winstbejag mogelijk maken

Mooie ideeën, dat zeker. En de techniek zal het struikelblok vast niet zijn. Maar hoe komen we tot een situatie waarin iets anders dan winstbejag innovatie gaat drijven? Ik vroeg Jan-Peter hoe dergelijke scenario’s ooit voldoende momentum en investeringen zou kunnen krijgen om werkelijkheid te worden.

Hij legt uit dat we typisch aan bedrijven of organisaties denken, die in zo’n systeem moeten investeren. En we vergeten daarbij de klanten, een veel grotere groep. JP: “Wat je kunt doen is het gesprek voeren met deze klanten op het niveau dat ze kennen. Het gesprek begint dan simpelweg met de vraag: ‘wil je het goedkoper?’

De auto is een ding, en die wil zelf geen geld, want die heeft helemaal geen behoefte aan geld. Winstgevendheid is dus een non-issue. Dus de gedachte die we gebruiken voor de crowdfunding campagne onder de klanten in het gedachte-experiment is: ‘Wil je in de nabije toekomst 4,7 keer minder geld [red.: zie video, ‘Autonome zelfsturende auto’s’, hierboven] uitgeven voor transport?’

We vragen dus: zou je willen investeren om vanaf nu voor altijd bijna vijf keer minder te betalen voor je transport? En de rest van de mensen in jouw stad ook. Je wordt geen eigenaar, maar je zorgt er wel voor dat zo’n systeem kan starten. De auto’s zorgen er zelf voor dat het systeem groeit.”

We zijn klaar voor verandering

Ik ben verbaasd over hoezeer de wereld toe is aan dit soort nieuw denken.

Public Utility Networks: decentrale data

JP geeft me vervolgens een voorbeeld van toegevoegde waarde zonder winstbejag, dat op het moment van schrijven vorm krijgt in de realiteit:

BigChain DB is één van de thought leaders en actieve bedrijven in de blockchain community. Zij hebben kortgezegd databases aan blockchain gekoppeld. De livegang van ‘Ocean Protocol’ was in april van 2019. Ocean Protocol is een publieke utiliteit; ze gaan data voor de ontwikkeling van Artificial Intelligence als marktplaats verzamelen. Zodat je geen Google of Facebook hoeft te zijn om AI te vormen. Iedereen die wil kan op deze wijze oplossingen bouwen. Zij werken samen met SingularityNet van Ben Goertzel; een vergelijkbare publieke Utility of marktplaats, maar dan voor AI algoritmes.

Communities die met dit soort decentrale globale resources gaan werken zouden de building blocks die nodig zijn in het auto-gedachtenexperiment kunnen gaan ontwikkelen. Het vormen en volgen van dit soort communities is reuze interessant vanuit mijn research perspectief.”

We zijn toe aan verandering

De wereld die Jan-Peter voor zich ziet is er één met een belangrijke rol voor commons en machine-to-machine ecosystemen die problemen oplossen voor het algemene goed. Commons werden bekend door de ‘Tragedy of the commons’ paper die Hardin in 1967 schreef. Hij beschrijft hierin het mechanisme dat mensen streven naar de maximalisatie van hun eigen gewin.

Dat leidt ertoe dat we bijvoorbeeld met zijn allen een ‘commons’ als de zee leeg vissen of dat we de resources die de aarde ons geeft sneller opmaken dan dat de aarde ze kan genereren. Ik vroeg me dan ook af of de transitie naar de wereld van M2M systemen en commons niet iets is dat een langere adem nodig heeft.

JP: “Zien we dit soort grote veranderingen al werkelijkheid worden binnen tien jaar? Ik ben verbaasd over hoezeer de maatschappij toe is aan dit soort nieuw denken.”

In het kort

“Machine-to-machine ecosystems for the common good”

Machine-to-machine ecosystemen

“Kijk naar de machine-to-machine track die we met BlockChaingers.org – de grootste blockchain hackathon van de wereld – organiseerden. Wat bleek: geen van de negen teams heeft een bedrijf gebouwd. In plaats daarvan hebben ze commons – M2M ecosystemen ten bate van iedereen –  gebouwd. Twee teams hadden bijvoorbeeld wereldhonger als thema. En één van die mensen kwam in contact met de food integrity blockchain meet-up.

Daardoor had dat team ineens 1000 professionals uit de food industrie achter zich staan en werd een co-creatie sessie gehouden om hen te helpen. Waarschijnlijk omdat die mensen niet de food industrie in zijn gegaan om veel geld te verdienen, maar omdat ze ooit ergens in hun leven iets hadden meegemaakt, of mensen hadden gezien die niet genoeg voedsel hadden. Dat bekent dus dat er een groep mensen is in de maatschappij, die intrinsiek dingen wil veranderen.”

Een kleine groep kan een revolutie ontketenen

“Het mooie is: je hebt geen grote groep nodig om een omslag te ontketenen. Kijk eens naar The Tipping Point van Malcolm Gladwell, en de theorieën die epidemieën verklaren: je hebt maar een kleine groep mensen nodig om een grootschalige verandering teweeg te brengen. Van de ongeveer 7,6 miljard mensen op de wereld hebben we wellicht maar een stuk of 100.000 nodig om deze verandering in gang te zetten.”

Hoe kunnen bedrijven zich voorbereiden op de toekomst?

Ten slotte vroeg ik JP hoe organisaties van nu kunnen zorgen dat ze in een toekomst van onder andere gemeenschappelijk gedeelde machine-to-machine oplossingen en A.I. nog relevant kunnen blijven.

Vragen stellen

“Wat je moet gaan doen als organisatie is de vragen stellen die nog nooit iemand gesteld heeft. Want met iedere vraag die nog nooit iemand gesteld heeft kun je een stukje van de wereld ontdekken dat nog nooit iemand gezien heeft.”

Bekende paden naar echte innovatie

JP legt uit hoe organisaties de stap kunnen zetten richting het daadwerkelijk vernieuwen van bedrijfsmodellen:

“Je hebt het ‘creëer je eigen kannibaal’-concept, met start-ups naast je bedrijf, vol jonge mensen en zonder de bedrijfsinterne regels, cultuur en beoordeling; dat is een manier van verkennen die werkt en verrast. Wat wij doen – vragen stellen die nog nooit iemand gesteld heeft, dat is ook een manier.

Het is ook mooi gevangen in de ‘Three horizons’ van Bill Sharpe. In de wereld van vandaag zijn we gevangen in de paradigma’s van vandaag. (horizon 1). En dat is heel fijn want dat maakt dat de wereld van vandaag werkt.

Bedenk nou eens iets heel geks, iets onvoorstelbaars: creëer een irreële, irrealistische stip op de horizon; de geldloze systemen, basisinkomen. Een mooi voorbeeld van een derde horizon. Stel je nu voor dat je morgen naar zo’n systeem gaat toewerken. Dan heb je hele andere researchvragen en uitgangspunten. Ongemerkt verlies je een aantal paradigma’s en kom je toch tot werkende ecosystemen.”

Wat is de impact die je wilt hebben?

We praten verder over de vragen die organisaties zichzelf moeten stellen om relevant te blijven doorheen de transitie. JP: “De killer question is: ‘wil je miljonair worden?’ Als het antwoord ‘ja’ is, dan ben je uitermate geschikt om de huidige systemen van extrinsieke motivatie verder te optimaliseren en vind je daar waarschijnlijk ook je onderbouwing voor relevantie.

Als het antwoord iets is als ‘nee, we hebben iets dat ons raakt, iets dat ons al bewoog in onze kindertijd’, dan kun je dat als uitgangspunt nemen voor je relevantie en voor je zoektocht naar nieuwe ecosystemen. Het open source en community denken waar mensen elkaar helpen en samen energie krijgen van de dingen die ze bouwen en cadeau doen aan de maatschappij zijn daarvan mooie voorbeelden.”

 

De wereld op z'n kop

“Dan is het handigste om eerst de wereld op z’n kop te zetten en te bekijken welke behoefte je wilt vervullen. ‘Welke basisbehoefte vervullen wij in beginsel en wat is datgene dat ons raakt?’ Van daaruit kun je dan verder gaan ontdekken en sommige onhandigheden ontmantelen die we nu in onze systemen alleen maar ingebouwd hebben omdat ze noodzakelijk zijn voor het verdienmodel van organisatie A of de Lock-in van organisatie B.

En dan heb je het geluk dat de technologieën die we vandaag tijdens de Dutch IOTA meet-up gaan bespreken niet nationaal zijn, maar wereldwijd. Iets wat op één plek op de wereld gebouwd is, staat meteen voor de hele wereld ter beschikking. Omdat we in open source communities code ontwikkelen, doneren, delen, bekritiseren en sterker maken.“

Collectieve doelen

“Als je niet voor je eigen- of je organisatiebelang werkt maar voor een gedeeld belang dan zijn de mensen veel meer geneigd om te helpen, te delen en te verbeteren. Dit is wat je in open source communities ziet waar een wisdom of the crowd komt bovendrijven zolang je maar ruimte blijft creëren voor alle meningen en wilde ideeën.”

Vlinders en rupsen

Hoe krijg je de mensen in je organisatie mee in dit soort fundamentele veranderingen? JP: “Is iedereen geschikt en wordt iedereen blij van deze wilde luchtfietserij? Houvast, niet veranderen, is wat veel mensen gelukkig maakt en is datgene wat aansluit bij hun intrinsieke drive. Hoe ga je daar mee om als bedrijf van vandaag de dag?”

Wie is er niet bang om te vliegen?

Het voorbeeld van transitie dat we kennen is de vlinder. Wie zijn de rupsen en wie de vlinders in je organisatie? Wie voelt zich comfortabel bij het idee van vliegen?

Geïnspireerd?

“Een vraag voor mensen die geïnspireerd zijn door de transitie is: welke onbekende dimensie wil je verkennen? Wie zijn de mensen met wie je werkt en waar ligt hun kracht? Om de rupsen te inspireren wil je ze enthousiast maken over overzichtelijke sprongetjes van verandering, maar met een verhaal dat past bij hun belevingswereld en verandersnelheid. Creëer samen met die mensen die in termen van vliegen kunnen denken, en neem de organisatie mee in de snelheid die bij haar past.”

Discussiëren over een paradigm shift

“Je hebt de organisaties van vandaag, die van de toekomst, en het transitiepad. De veranderingen waar we over praten zijn zo groot, dat je het maar aan een paar mensen kunt uitleggen. En anderen begeleid je op een aangename manier door de transitie waarbij je borgt dat ze zich gehoord, gezien en begrepen voelen. Bijvoorbeeld door de oplossing voor een probleem radicaal goedkoper te maken dan de huidige oplossing. Daar heeft zelden iemand een bezwaar tegen.

Zo willen we aan deze transitie werken, een transitie die resulteert in een paradigm shift. Een paradigm shift breng je niet teweeg door het uit te leggen, of door er discussies over te voeren. Veranderen doe je samen met aandacht voor de verhalen van iedereen en het ontwikkelen van een gezamenlijke narratief.”

  • Wilt u weten wat de volgende stap is, of zelf meebouwen aan de nieuwe wereld van Machine-to-machine ecosystemen? Volg dan Nature 2.0 en meld u aan voor het eerstvolgende event.